Inleiding Quest 2
Voor de opdracht Quest 2 beschrijf ik hieronder vier
scenario’s binnen het praktijkonderwijs van 2030. Vanuit het groepssjabloon uit
Quest 1 ben ik gestart met de trend vergrijzing. Drijvende krachten
hierbij zijn leeftijdsafhankelijk personeelsbeleid en innovatief vermogen.
Omdat praktijkonderwijs enorm bezig is met de doorvoering van
onderwijsinnovaties is het een zeer interessant thema voor mij persoonlijk
alsmede mijn collega’s binnen de praktijkschool.
Wat is een innovatie ?
Een innovatie is de introductie
van een nieuw idee, creatie en toepassing binnen een organisatie, functie of
team. Volgens Janssen (2004) alsmede Jong en den Hartog (2005) is een innovatie
te verdelen in drie stappen; ideegeneratie, ideepromotie en ideerealisatie. Het
concept ideegeneratie is een belangrijke stap voor de aanzet tot een innovatie.
De ideepromotie is de volgende fase waarbij je collega’s, vrienden en kennissen
gaat overtuigen van je innovatieplannen. De feedback van je omgeving kan zorgen
dat je de innovatie gaat doorzetten of afbreken. De ideerealisatie is vooral de
testfase van je innovatie om te kijken of het concept wel voldoet.
Leeftijdsbewust personeelsbeleid.
Naast innovatie is het ook
belangrijk dat je rekening houdt met de leeftijd van je collega’s. De
levensfase waarin een persoon zit kan specifieke behoeften of competenties
vragen voor mogelijkheden tot innovatie. Het is erg belangrijk dat je rekening
houdt met de leeftijd van een persoon om geen verwarring te laten ontstaan over
de mogelijkheden tot ontwikkeling tijdens de loopbaan van een docent.
Het praktijkonderwijs heeft tot
doelstelling om leerlingen zo goed mogelijk te laten aansluiten op de
arbeidsmarkt of vervolgonderwijs. Om dat te realiseren moeten we binnen het
praktijkonderwijs goed kijken naar de arbeidsmarkt in de regio en netwerken
gebruiken voor een intensivering van de samenwerking met bedrijven. De
arbeidsmarkt verlangt behoorlijk zelfstandige werknemers met een hoog
verantwoordelijkheidsgevoel voor het productieproces. Leerlingen die in staat
zijn om mee te denken en te participeren in de continuering van het
productieproces hebben een hogere kans op werk in de toekomst. Het ministerie
van OCW (2015) stelt doelen voor het praktijkonderwijs om de aansluiting op de
arbeidsmarkt nog beter te laten verlopen.
Omdat de wereld om ons heen aan
het veranderen is op het gebied van andere werknemersvaardigheden ( 21st
century skills )is het zaak dat het praktijkonderwijs zijn onderwijs anders
gaat inrichten met het accent op individueel maatwerk voor de leerling zodat
iedere leerling op zijn eigen manier en behoeften kan aansluiten op een
vervolgstap.
Docenten in 2030
Verandering van onderwijs gaat
gepaard met stapsgewijze innovaties op de Singel. De docent die in 2030
werkzaam is binnen het praktijkonderwijs zal flexibel om moeten kunnen gaan met
de individuele behoeften van de leerlingen. Iedere leerling is anders en dat
betekent maatwerk (gepersonaliseerd leren) voor ieder individu. Tijd en plaats
is binnen het onderwijs niet gebonden door de opkomst van digitale hulpmiddelen
en communicatieforums. Overdragen van
kennis is ondergeschikt aan je vaardigheden om een leerling in staat te stellen zelfstandig kennis op te
doen binnen zijn context. Dat vergt veel innovatief vermogen van een docent
binnen het praktijkonderwijs. Het OECD (2008,2016) stelt dat voor het
beroepsonderwijs er technologische, economische en maatschappelijke krachten
bezig zijn in het werkveld waardoor we genoodzaakt zijn om innovaties door te
voeren in het praktijkonderwijs. De docent moet zich verantwoordelijk voelen
voor de onderwijskundige ontwikkeling van de leerling. Daarnaast is de
persoonlijke ontwikkeling van de leerling een belangrijke peiler voor de docent
om de leerling te wijzen op zijn zelfbeeld zodat er haalbare leerdoelen gesteld
kunnen worden.
Scenario’s onderwijs 2030:
Gevolgen voor het voortgezet onderwijs ( Quest 2):
Scenario 1: docent met
een open mind.
(ontplooiing innovatief vermogen en leeftijdsonafhankelijk
personeelsbeleid).
De docent die in 2030 aan het werk is in het onderwijs heeft
een hoog innovatief vermogen. Hij is op
de hoogte van de maatschappelijke ontwikkelingen en kent de situatie op de
arbeidsmarkt. Zijn innovaties kan hij doorvoeren en vertalen in de sector van
het onderwijs waarin hij werkzaam is. Omdat hij een professional is die de
kwaliteiten bezit om mensen om zich heen te inspireren en te motiveren tot
nieuwe innovaties is hij van hoge waarde voor het praktijkonderwijs. Tot op
hoge leeftijd wil hij de leerlingen inspireren en kennis laten maken met de
wereld buiten de school. Daarnaast is hij coach van nieuwe mentoren binnen het
team van de praktijkschool. Met het employabilitybeleid gaat het binnen de
praktijkschool goed omdat de voorwaarden prima zijn en de innovaties zijn
duurzaam geborgd in het onderwijsprogramma. Als professional begrijp je wat er
nodig is om studenten betere kansen te geven voor de doorstroom naar werk of
vervolgonderwijs. Het onderwijs is niet tijd of plaats gebonden, leerlingen
hebben de mogelijkheid om hun docent digitaal te bereiken en de school is
iedere dag geopend en bereikbaar.
Scenario 2: docent als
zilveren kracht.
( leeftijdsafhankelijk personeelsbeleid en ontplooiing van
het innovatief vermogen).
De docent die het praktijkonderwijs zoekt in 2030 heeft een
goed innovatief vermogen en kan als kartrekker binnen de school optreden. Hij
neemt de nieuwe docenten in zijn mentorrol mee tijdens de innovaties binnen het
onderwijs. Gezien het leeftijdsbeleid krijgt deze collega vanaf zijn vijftigste
levensjaar de mogelijkheid om de innovaties wat minder snel te implementeren
binnen het onderwijs. Omdat het innovatief vermogen op latere leeftijd wat
minder snel gaat (Daniels, 2016) krijgt hij de gelegenheid om meer tijd te
nemen voor de innovaties binnen het praktijkonderwijs. De ontwikkelingen op
technologisch gebied gaan snel en onze gewaardeerde ‘zilveren kracht’ heeft de
mogelijkheid om meer tijd te nemen voor de uitvoering van innovaties (Stolk,
2016). Veel collega’s maken gebruik van de ervaring op het gebied van
arbeidsprocessen en werknemersvaardigheden om de leerlingen zo goed mogelijk
voor te bereiden voor de maatschappij (Messmann, 2012). Het netwerk van de
zilveren kracht zorgt voor externe profilering van de praktijkschool en houdt
nauwe contacten met werkgevers in de regio. Het is belangrijk voor de
leerlingen dat zij een beroep kunnen doen op een ervaren docent met veel
connecties in het bedrijfsleven. De aansluiting van de leerlingen op de
arbeidsmarkt krijgt hierdoor een gelijkmatige en drempelloze overgang.
Scenario 3: docent heeft een happy
birthday ?
( Leeftijdsafhankelijk personeelsbeleid met stagnatie van het
innovatief vermogen ).
De docent die in 2030 gaat werken op praktijkschool de Singel zal
vooral als mentor fungeren voor jongere collega’s binnen het onderwijs. Gezien zijn leeftijd is het tijd voor een
omslag binnen zijn carrière en krijgt de docent een andere rol binnen het team.
Uiteraard gaan je jonge collega’s gebruik maken van je netwerken buiten de
school maar je hoeft geen innovaties op te zetten binnen de school. Je helpt je
jonge collega’s bij hun lessen op pedagogisch en didactisch gebied om zo de
kwaliteit van de ‘core-business’ te verhogen. Leerlingen ga je minder vaak zien maar je
kennis en ervaring breng je over op je jonge collega’s binnen het team. Op je
68e verjaardag mag je direct stoppen met werken omdat je innovatief
vermogen dan niet meer nodig is voor het praktijkonderwijs. Uit onderzoek is
gebleken dat leeftijd een wezenlijk onderdeel is van je innovatief vermogen
voor het onderwijs (Daniels, 2014).
Scenario 4: Periodieke innovatieve
keuring (PIK)
( Stagnatie innovatief vermogen en leeftijdsonafhankelijk
personeelsbeleid ).
Om er zeker van te zijn dat je innovatief vermogen blijft
ontwikkelen krijg je als docent regelmatig een meting op innovatief vermogen.
Bij gebleken tekortkoming op het gebied van innovatief vermogen volgt er
automatisch een scholing om bij te blijven op het gebied van onderwijs. Als
docent ben je voornamelijk coach voor anderen en sta je de collega’s bij
tijdens de lessen. Gezien alle ontwikkelingen op het gebied van samenwerking,
communicatie en probleemoplossend vermogen (Klaeijsen, 2015) is het belangrijk
dat je af en toe een test krijgt op het gebied van innovatief vermogen (PIK).
Uiteraard krijg je de kans om je kennis en innovatief vermogen op peil te
houden. Deze test is leeftijdsonafhankelijk en geldt voor alle medewerkers. De
leeromgeving op praktijkschool de Singel is uitdagend met veel praktijkvormen
en evaluatiemomenten. Om bij te blijven is het noodzakelijk dat de leerlingen
optimaal bediend worden door docenten die op hun beurt dan ook voldoende
innovatief vermogen dienen te bezitten (Kwakman, 1999). Het is belangrijk dat collega’s op de Singel
behalve persoonlijke competenties zichzelf ook ontwikkelen op het gebied van
onderwijsinnovatie. Onderwijs zal niet plaats en tijd afhankelijk zijn voor
leerlingen en dat vergt vooral veel flexibiliteit van collega’s op de Singel.
Literatuur:
Daniels, M. (2014). Een leven lang innovatief. Een onderzoek naar de relatie tussen leeftijd en het creatieve en innovatieve vermogen van werkenden (Master thesis). Geraadpleegd van http://dspace.ou.nl/handle/1820/5779
Janssen, O. (2004). How fairness perceptions make innovative behavior more or less stresfull. Journal of Organizational Behavior, Volume 25, Issue 2, 201-215.
Jong, J.P.J. & den Hartog, D.N. (2008). Innovative work Behavior: Measurement and Validation. Scales, Zoetermeer.
Klaeijsen, A., Vermeulen, M., & Martens, R. (2015). A psychological perspective on teachers’ innovative behavior at work: the impact of motivation and self-efficacy. Manuscript in preparation. Heerlen: Welten Instituut, Open Universiteit.
Kwakman, K., (1999). Factors affecting teachers participation in professional learning activity. Teaching and Teacher Education.19 (2003), 149-170.
OECD (2008). Vormgevende trends binnen het onderwijs. (‘Trends shaping education’, vertaald door KPC-groep).
OECD (2016). Netherlands, 2016: Foundations for the Future, Reviews of National Policies for Education. OECD Publishing, Paris. http://dx.doi.org/10.1787/9789264257658-en
SER (2016). Een werkende combinatie. Advies over het combineren van werken, leren en zorgen in de toekomst. Geraadpleegd van https://www.ser.nl/~/media/db_adviezen/2010_2019/2016/werkende-combinatie- deel1.ashx
Geen opmerkingen:
Een reactie posten