Pagina's

zondag 26 maart 2017

SWOT-analyse Quest 3

SWOT-analyse praktijkschool de Singel.
Inleiding
Voor Quest 3 heb ik binnen mijn organisatie gekeken naar vele facetten die vooral te maken hebben met “Open –mind” voor 2030. Samen met mijn locatiedirecteur, teamleiders (waaronder 1 alumni) en vakgroepvoorzitters van de werkgroepen hebben we een inventarisatie gemaakt. Gezien het feit dat dit voor de eerste keer op deze wijze gebeurt (SWOT), zijn er behoorlijk veel meningsverschillen en interpretaties over de aanduiding zwaktes en bedreigingen binnen praktijkschool de Singel. Mijn opzet was om te achterhalen of wij een lerende organisatie zijn die zelf kan bijstellen aan de hand van het voortschrijdend inzicht. De termen professionalisering, innovatie en competenties waren de uitgangspunten om richting te geven aan de SWOT-analyse. Deze analyse is gemaakt naar aanleiding van een twee uur durende vergadersessie binnen de Singel, er was te weinig tijd om alle onderwerpen goed uit te werken. Gelukkig krijgt deze vergadersessie op korte termijn een vervolg.
Wat zijn de kansen en bedreigingen voor het praktijkonderwijs in 2030 ?
Sterktes intern:
·         Veel motivatie voor vernieuwingen en innovaties binnen de school.
·         Kennis en vaardigheden onder personeel worden als ruim toereikend beoordeeld door het management.
·         In vele opzichten draait de school autonoom doordat collega’s zelf de verantwoording nemen voor de voortgang van het onderwijs.
·         Er wordt tijd en ruimte beschikbaar gesteld door de directie voor innovaties.
·         Collega’s krijgen de kans zich verder te ontwikkelen binnen de organisatie met ondersteuning vanuit de andere collega’s.
·         Verschuiving van lesconcept naar werken in projecten en aanleren van deelverantwoording bij leerlingen.
·         Pedagogisch sterker door scholing.
·         Veel maatwerk voor leerlingen zorgt voor gepersonaliseerd leren.
Sterktes extern:
·         Goede contacten met het bedrijfsleven en vervolgopleidingen in de regio.
·         Naadloze aansluiting op het ROC in Oss.
·         Het dienstencentrum zorgt voor externe ondersteuning op de locatie (intake, testen, scholing).
·         Door samenwerking met 4 andere praktijkscholen zijn er veel branchegerichte cursussen beschikbaar voor onze leerlingen.
·         Prima samenwerking met Gemeentes in de regio over uitstroom van leerlingen.
·         Samenwerking met Koninklijke Kentalis geeft veel mogelijkheden voor de ondersteuning van TOS-leerlingen.
·         Opleidingsmogelijkheden voor management aspiraties.
Bedreigingen intern:
·         Door de terugloop van het aantal leerlingen ( demografisch gezien) is er kans dat er FTE’s verloren gaan en daarmee kennis en vaardigheden verdwijnen.
·         Door de trage wijze waarop innovaties tot stand komen (tijdsgebrek) lopen leerlingen kansen mis op een betere aansluiting binnen de arbeidsmarkt.
·         Autonomie intern kan zorgen voor ‘persoonlijke invulling’ van de gemaakte afspraken.
·         Competenties op het gebied van beroepsvaardigheden staan onder druk door tekort aan vakgericht personeel.
·         Management is niet eenduidig over de verwachtingen in de toekomst op het gebied van scholing en functioneren.
Bedreigingen extern:
·         Financiering van leerlingen staan onder druk door wijzigingen vanuit OCW. De helft vanuit het ministerie en de andere helft moet vanuit het samenwerkingsverband zorgt voor veel onduidelijkheid.
·         Gezien de huidige ontwikkelingen binnen ‘passend-onderwijs’ bestaat er een kans dat het praktijkonderwijs samensmelt met andere typen voortgezet onderwijs.
·         Vanuit OCW zijn praktijkschool leerlingen vroegtijdige schoolverlaters (VSV) omdat zij de startkwalificatie niet kunnen behalen en daarmee de kansen voor de leerlingen op de arbeidsmarkt verkleinen.
·         Maatschappelijke druk vergt dat leerlingen meer moeten kunnen dan wat wij (onderwijs) mogelijk achten.
Kansen intern:
·         Lerende houding van het team en de wens om te blijven veranderen in de toekomst.
·         Meer elektronische hulpmiddelen binnen en buiten de school (denk aan I-pad, etc. ) beschikbaar.
·         ICT moet op een hoger plan worden getild voor leerlingen zodat ze beter overweg kunnen met computers binnen hun vakgebied.
·         Upgrade op het gebied van coaching tussen mentor en leerling door interne scholing en ervaringen.
·         Collegiale coaching en lesbezoeken voor professionalisering binnen het team.
·         Gebruik maken van elkaars netwerk geeft een versterking van de visie en de missie.
Kansen extern:
·         Aansluiting van praktijkonderwijs op vervolgonderwijs in de regio door intensivering van de samenwerking.
·         Door landelijke wetgeving worden praktijkschool leerlingen interessant voor het bedrijfsleven. Door MVO worden leerlingen uit het doelgroepregister aantrekkelijk voor bedrijven.
·         In samenwerking met OCW moet er een startkwalificatie komen voor leerlingen uit het praktijkonderwijs.
·         Gebruik maken van de faciliteiten binnen de bedrijven uit de regio. Denk aan trainingscentra, buitenschoolse projecten i.s.m. gemeentes en arbeidscenra voor sociaal werk.
·         Door verbreding van werknemersvaardigheden zijn er meer kansen op banen voor praktijkschool leerlingen.
Zwaktes intern:
·         Trage verloop van een innovatie door tijdsgebrek.
·         Door verandering van interne werkstructuur is er veel gewenning nodig onder collega’s wat het tijdsgebrek nog verder onder druk zet.
·         Multi-inzetbaarheid van collega’s door te eenzijdige opleiding en gebrek aan ervaring.
·         Kwetsbaar evenwicht door de demografische terugloop van het aantal leerlingen.
·         Vergrijzing binnen het team zorgt voor het verlies van ervaring en kennis.
·         Te weinig borging van innovaties door veranderingen in roosters en personele bezettingen.
·         Maatwerk geeft veel onrust.
Zwaktes extern:
·         Te weinig participatie vanuit ROC’s om mee te werken aan vervolgtrajecten voor praktijkschool leerlingen.
·         Praktijkschool is in de regio niet genoeg bekend bij het bedrijfsleven en onbekend maakt onbemind.
·         Waarde van een praktijkschoolcertificaat voor ondernemers en leerlingen ?
·         Wetgeving  zorgt voor veel onrust onder ouders en verzorgers, de participatiewet is afhankelijk van de gemeente waarin je woonachtig bent.
·         Monitoren van leerlingen als zij eenmaal de praktijkschool hebben verlaten (wettelijke verplichting van het praktijkonderwijs).
Toelichting:
Het is prettig om te horen dat het M.T. van de Singel vertrouwen heeft in de wijze waarop het team functioneert en naar de toekomst gericht aan de slag gaat. De innovaties gaan echter langzaam (traag) door het tijdsgebrek van collega’s tijdens de periodieke bijeenkomsten. Als team willen we graag onszelf ontwikkelen op het gebied van coaching en nieuwe werkvormen met leerlingen in groepen. De uitwerking en de implementatie van deze innovaties staan onder tijdsdruk. Het M.T. zal innovatief leiderschap moeten tonen om de ontwikkelingen succesvol tot stand te krijgen in de toekomst. De motivatie om te innoveren is bij praktisch alle medewerkers aanwezig. Een route hoe we alle innovaties gaan uitlijnen is nog niet aanwezig maar daar zijn wel aanbevelingen voor gedaan.
Om innovaties goed tot stand te krijgen is er tijd nodig om te verkennen, uit te proberen en te testen (Rogers, 2003). De Singel zal tijd moeten reserveren in het jaarrooster om de collega’s ruimte te geven voor de uitwerking van de innovaties. Op het gebied van bevoegdheden binnen de praktijkschool ontstaat er wel een ernstig zorgpunt in de toekomst. Door het verloop (vergrijzing) gaan er collega’s met pensioen en worden niet meer vervangen voor vakmensen uit een bepaalde beroepsrichting. Omdat alle locaties krimpen binnen het Hooghuis dient er geschoven te worden met de personele bezetting van de locaties. Het is nobel dat er inspanningsverplichtingen zijn voor collega’s maar daar is het onderwijs op de Singel niet altijd in het voordeel mee door het tekort aan bekwaam vakpersoneel.
De familiecultuur die er heerst op de Singel zorgt voor een prettige werksfeer en iedereen is laagdrempelig in de benadering tot elkaar. Binnen een relatief klein team (35 personen) dient er veel samengewerkt te worden om de lessen goed op elkaar te laten aansluiten. Er is veel onderling overleg en bereidheid onder collega’s om nieuwe ideeën tot uitvoer te brengen.  Door meer individueel maatwerk voor de leerlingen creëren we ook een organisatorisch probleem door de verscheidenheid van daginvulling als gevolg van persoonlijke behoeften en wensen van de leerling.
Op het gebied van bedreigingen  hebben we allemaal een tweeledig gevoel: een deel wordt door de overheid bepaalt voor het praktijkonderwijs (topdown) en het andere gedeelte zegt ons dat we graag vooruit willen met de vernieuwingen en dat voelt tegenstrijdig. In vele opzichten (financieel bijv.) zijn we sterk afhankelijk van onze externe partners en dat schept veel onrust voor het management van de Singel. Het is dan ook moeilijk om in de toekomst te kijken als het gaat om nieuwe ontwikkelingen. Gelukkig hebben we als team daar wel zelf genoeg ideeën over echter de realiteit doet ons beseffen dat we met dit type onderwijs wel in een gevarenzone zitten.
Mijn rol binnen de organisatie is op dit moment de begeleiding van de zes werkgroepen om de innovaties per vakgebied te bewaken. In goed overleg met de directie bepalen we de koers van de huidige ontwikkelingen door er een tijdspad op te zetten en na te denken over de integratie van vakken binnen de praktijkschool. Deze rol zal in de komende tijd voortgezet worden door mij omdat de oorsprong van innovaties binnen deze werkgroepen moet plaatsvinden en de noodzaak voor verandering voelen we allemaal binnen de praktijkschool. Kort samengevat werken we hard door aan nieuwe ontwikkelingen en is de directie erg waakzaam op geluiden vanuit de overheid. De beschreven bedreigingen ziet de meerderheid van het M.T. als een tijdelijke hobbel in de weg.

Literatuur:  Rogers, E. (2003), Diffusion of Innovations. (5e ed.), N.Y., Free Press

Quest 2

Inleiding Quest 2
Voor de opdracht Quest 2 beschrijf ik hieronder vier scenario’s binnen het praktijkonderwijs van 2030. Vanuit het groepssjabloon uit Quest 1 ben ik gestart met de trend vergrijzing. Drijvende krachten hierbij zijn leeftijdsafhankelijk personeelsbeleid en innovatief vermogen. Omdat praktijkonderwijs enorm bezig is met de doorvoering van onderwijsinnovaties is het een zeer interessant thema voor mij persoonlijk alsmede mijn collega’s binnen de praktijkschool.
Wat is een innovatie ?
Een innovatie is de introductie van een nieuw idee, creatie en toepassing binnen een organisatie, functie of team. Volgens Janssen (2004) alsmede Jong en den Hartog (2005) is een innovatie te verdelen in drie stappen; ideegeneratie, ideepromotie en ideerealisatie. Het concept ideegeneratie is een belangrijke stap voor de aanzet tot een innovatie. De ideepromotie is de volgende fase waarbij je collega’s, vrienden en kennissen gaat overtuigen van je innovatieplannen. De feedback van je omgeving kan zorgen dat je de innovatie gaat doorzetten of afbreken. De ideerealisatie is vooral de testfase van je innovatie om te kijken of het concept wel voldoet.

Leeftijdsbewust personeelsbeleid.
Naast innovatie is het ook belangrijk dat je rekening houdt met de leeftijd van je collega’s. De levensfase waarin een persoon zit kan specifieke behoeften of competenties vragen voor mogelijkheden tot innovatie. Het is erg belangrijk dat je rekening houdt met de leeftijd van een persoon om geen verwarring te laten ontstaan over de mogelijkheden tot ontwikkeling tijdens de loopbaan van een docent.
Het praktijkonderwijs heeft tot doelstelling om leerlingen zo goed mogelijk te laten aansluiten op de arbeidsmarkt of vervolgonderwijs. Om dat te realiseren moeten we binnen het praktijkonderwijs goed kijken naar de arbeidsmarkt in de regio en netwerken gebruiken voor een intensivering van de samenwerking met bedrijven. De arbeidsmarkt verlangt behoorlijk zelfstandige werknemers met een hoog verantwoordelijkheidsgevoel voor het productieproces. Leerlingen die in staat zijn om mee te denken en te participeren in de continuering van het productieproces hebben een hogere kans op werk in de toekomst. Het ministerie van OCW (2015) stelt doelen voor het praktijkonderwijs om de aansluiting op de arbeidsmarkt nog beter te laten verlopen.
Omdat de wereld om ons heen aan het veranderen is op het gebied van andere werknemersvaardigheden ( 21st century skills )is het zaak dat het praktijkonderwijs zijn onderwijs anders gaat inrichten met het accent op individueel maatwerk voor de leerling zodat iedere leerling op zijn eigen manier en behoeften kan aansluiten op een vervolgstap.
Docenten in 2030
Verandering van onderwijs gaat gepaard met stapsgewijze innovaties op de Singel. De docent die in 2030 werkzaam is binnen het praktijkonderwijs zal flexibel om moeten kunnen gaan met de individuele behoeften van de leerlingen. Iedere leerling is anders en dat betekent maatwerk (gepersonaliseerd leren) voor ieder individu. Tijd en plaats is binnen het onderwijs niet gebonden door de opkomst van digitale hulpmiddelen en communicatieforums.  Overdragen van kennis is ondergeschikt aan je vaardigheden om een leerling in  staat te stellen zelfstandig kennis op te doen binnen zijn context. Dat vergt veel innovatief vermogen van een docent binnen het praktijkonderwijs. Het OECD (2008,2016) stelt dat voor het beroepsonderwijs er technologische, economische en maatschappelijke krachten bezig zijn in het werkveld waardoor we genoodzaakt zijn om innovaties door te voeren in het praktijkonderwijs. De docent moet zich verantwoordelijk voelen voor de onderwijskundige ontwikkeling van de leerling. Daarnaast is de persoonlijke ontwikkeling van de leerling een belangrijke peiler voor de docent om de leerling te wijzen op zijn zelfbeeld zodat er haalbare leerdoelen gesteld kunnen worden.

Scenario’s onderwijs 2030:

Gevolgen voor het voortgezet onderwijs ( Quest 2):
Scenario 1: docent met een open mind.
(ontplooiing innovatief vermogen en leeftijdsonafhankelijk personeelsbeleid).
De docent die in 2030 aan het werk is in het onderwijs heeft een hoog innovatief vermogen.  Hij is op de hoogte van de maatschappelijke ontwikkelingen en kent de situatie op de arbeidsmarkt. Zijn innovaties kan hij doorvoeren en vertalen in de sector van het onderwijs waarin hij werkzaam is. Omdat hij een professional is die de kwaliteiten bezit om mensen om zich heen te inspireren en te motiveren tot nieuwe innovaties is hij van hoge waarde voor het praktijkonderwijs. Tot op hoge leeftijd wil hij de leerlingen inspireren en kennis laten maken met de wereld buiten de school. Daarnaast is hij coach van nieuwe mentoren binnen het team van de praktijkschool. Met het employabilitybeleid gaat het binnen de praktijkschool goed omdat de voorwaarden prima zijn en de innovaties zijn duurzaam geborgd in het onderwijsprogramma. Als professional begrijp je wat er nodig is om studenten betere kansen te geven voor de doorstroom naar werk of vervolgonderwijs. Het onderwijs is niet tijd of plaats gebonden, leerlingen hebben de mogelijkheid om hun docent digitaal te bereiken en de school is iedere dag geopend en bereikbaar.

Scenario 2: docent als zilveren kracht.
( leeftijdsafhankelijk personeelsbeleid en ontplooiing van het innovatief vermogen).
De docent die het praktijkonderwijs zoekt in 2030 heeft een goed innovatief vermogen en kan als kartrekker binnen de school optreden. Hij neemt de nieuwe docenten in zijn mentorrol mee tijdens de innovaties binnen het onderwijs. Gezien het leeftijdsbeleid krijgt deze collega vanaf zijn vijftigste levensjaar de mogelijkheid om de innovaties wat minder snel te implementeren binnen het onderwijs. Omdat het innovatief vermogen op latere leeftijd wat minder snel gaat (Daniels, 2016) krijgt hij de gelegenheid om meer tijd te nemen voor de innovaties binnen het praktijkonderwijs. De ontwikkelingen op technologisch gebied gaan snel en onze gewaardeerde ‘zilveren kracht’ heeft de mogelijkheid om meer tijd te nemen voor de uitvoering van innovaties (Stolk, 2016). Veel collega’s maken gebruik van de ervaring op het gebied van arbeidsprocessen en werknemersvaardigheden om de leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden voor de maatschappij (Messmann, 2012). Het netwerk van de zilveren kracht zorgt voor externe profilering van de praktijkschool en houdt nauwe contacten met werkgevers in de regio. Het is belangrijk voor de leerlingen dat zij een beroep kunnen doen op een ervaren docent met veel connecties in het bedrijfsleven. De aansluiting van de leerlingen op de arbeidsmarkt krijgt hierdoor een gelijkmatige en drempelloze overgang.

Scenario 3: docent heeft een happy birthday ?
( Leeftijdsafhankelijk personeelsbeleid met stagnatie van het innovatief vermogen ).
De docent die in 2030 gaat werken op praktijkschool de Singel zal vooral als mentor fungeren voor jongere collega’s binnen het onderwijs.  Gezien zijn leeftijd is het tijd voor een omslag binnen zijn carrière en krijgt de docent een andere rol binnen het team. Uiteraard gaan je jonge collega’s gebruik maken van je netwerken buiten de school maar je hoeft geen innovaties op te zetten binnen de school. Je helpt je jonge collega’s bij hun lessen op pedagogisch en didactisch gebied om zo de kwaliteit van de ‘core-business’ te verhogen.  Leerlingen ga je minder vaak zien maar je kennis en ervaring breng je over op je jonge collega’s binnen het team. Op je 68e verjaardag mag je direct stoppen met werken omdat je innovatief vermogen dan niet meer nodig is voor het praktijkonderwijs. Uit onderzoek is gebleken dat leeftijd een wezenlijk onderdeel is van je innovatief vermogen voor het onderwijs (Daniels, 2014).

Scenario 4: Periodieke innovatieve keuring (PIK)
( Stagnatie innovatief vermogen en leeftijdsonafhankelijk personeelsbeleid ).
Om er zeker van te zijn dat je innovatief vermogen blijft ontwikkelen krijg je als docent regelmatig een meting op innovatief vermogen. Bij gebleken tekortkoming op het gebied van innovatief vermogen volgt er automatisch een scholing om bij te blijven op het gebied van onderwijs. Als docent ben je voornamelijk coach voor anderen en sta je de collega’s bij tijdens de lessen. Gezien alle ontwikkelingen op het gebied van samenwerking, communicatie en probleemoplossend vermogen (Klaeijsen, 2015) is het belangrijk dat je af en toe een test krijgt op het gebied van innovatief vermogen (PIK). Uiteraard krijg je de kans om je kennis en innovatief vermogen op peil te houden. Deze test is leeftijdsonafhankelijk en geldt voor alle medewerkers. De leeromgeving op praktijkschool de Singel is uitdagend met veel praktijkvormen en evaluatiemomenten. Om bij te blijven is het noodzakelijk dat de leerlingen optimaal bediend worden door docenten die op hun beurt dan ook voldoende innovatief vermogen dienen te bezitten (Kwakman, 1999).  Het is belangrijk dat collega’s op de Singel behalve persoonlijke competenties zichzelf ook ontwikkelen op het gebied van onderwijsinnovatie. Onderwijs zal niet plaats en tijd afhankelijk zijn voor leerlingen en dat vergt vooral veel flexibiliteit van collega’s op de Singel.


Literatuur:
Daniels, M. (2014).  Een leven lang innovatief. Een onderzoek naar de relatie tussen leeftijd en het        creatieve en innovatieve vermogen van werkenden (Master thesis). Geraadpleegd                                  van http://dspace.ou.nl/handle/1820/5779

Janssen, O. (2004). How fairness perceptions make innovative behavior more or less stresfull.                     Journal of Organizational Behavior, Volume 25, Issue 2, 201-215.

Jong, J.P.J. & den Hartog, D.N. (2008). Innovative work Behavior: Measurement and                                  Validation. Scales, Zoetermeer.

Klaeijsen, A., Vermeulen, M., & Martens, R. (2015). A psychological perspective on teachers’                    innovative behavior at work: the impact of motivation and self-efficacy. Manuscript in                          preparation. Heerlen: Welten Instituut, Open Universiteit.

Kwakman, K., (1999). Factors affecting teachers participation in professional learning activity.                Teaching and Teacher Education.19 (2003), 149-170.

      OECD (2008). Vormgevende trends binnen het onderwijs. (‘Trends shaping education’,                              vertaald door KPC-groep).

      OECD (2016). Netherlands, 2016: Foundations for the Future, Reviews of National Policies for         Education. OECD Publishing, Paris. http://dx.doi.org/10.1787/9789264257658-en
     
      SER (2016). Een werkende combinatie. Advies over het combineren van werken, leren en zorgen in           de toekomst. Geraadpleegd van                                                                                                                 https://www.ser.nl/~/media/db_adviezen/2010_2019/2016/werkende-combinatie- deel1.ashx