SWOT-analyse
praktijkschool de Singel.
Inleiding
Voor Quest 3 heb ik binnen mijn organisatie gekeken naar
vele facetten die vooral te maken hebben met “Open –mind” voor 2030. Samen met
mijn locatiedirecteur, teamleiders (waaronder 1 alumni) en vakgroepvoorzitters
van de werkgroepen hebben we een inventarisatie gemaakt. Gezien het feit dat
dit voor de eerste keer op deze wijze gebeurt (SWOT), zijn er behoorlijk veel
meningsverschillen en interpretaties over de aanduiding zwaktes en bedreigingen
binnen praktijkschool de Singel. Mijn opzet was om te achterhalen of wij een
lerende organisatie zijn die zelf kan bijstellen aan de hand van het
voortschrijdend inzicht. De termen professionalisering, innovatie en
competenties waren de uitgangspunten om richting te geven aan de SWOT-analyse.
Deze analyse is gemaakt naar aanleiding van een twee uur durende vergadersessie
binnen de Singel, er was te weinig tijd om alle onderwerpen goed uit te werken.
Gelukkig krijgt deze vergadersessie op korte termijn een vervolg.
Wat zijn de kansen en bedreigingen voor het praktijkonderwijs in 2030 ?
|
Sterktes intern:
·
Veel motivatie voor vernieuwingen en
innovaties binnen de school.
·
Kennis en vaardigheden onder personeel worden
als ruim toereikend beoordeeld door het management.
·
In vele opzichten draait de school autonoom
doordat collega’s zelf de verantwoording nemen voor de voortgang van het
onderwijs.
·
Er wordt tijd en ruimte beschikbaar gesteld
door de directie voor innovaties.
·
Collega’s krijgen de kans zich verder te ontwikkelen
binnen de organisatie met ondersteuning vanuit de andere collega’s.
·
Verschuiving van lesconcept naar werken in
projecten en aanleren van deelverantwoording bij leerlingen.
·
Pedagogisch sterker door scholing.
·
Veel maatwerk voor leerlingen zorgt voor gepersonaliseerd
leren.
|
Sterktes extern:
·
Goede contacten met het bedrijfsleven en
vervolgopleidingen in de regio.
·
Naadloze aansluiting op het ROC in Oss.
·
Het dienstencentrum zorgt voor externe
ondersteuning op de locatie (intake, testen, scholing).
·
Door samenwerking met 4 andere praktijkscholen
zijn er veel branchegerichte cursussen beschikbaar voor onze leerlingen.
·
Prima samenwerking met Gemeentes in de regio
over uitstroom van leerlingen.
·
Samenwerking met Koninklijke Kentalis geeft
veel mogelijkheden voor de ondersteuning van TOS-leerlingen.
·
Opleidingsmogelijkheden voor management
aspiraties.
|
|
Bedreigingen intern:
·
Door de terugloop van het aantal leerlingen (
demografisch gezien) is er kans dat er FTE’s verloren gaan en daarmee kennis
en vaardigheden verdwijnen.
·
Door de trage wijze waarop innovaties tot
stand komen (tijdsgebrek) lopen leerlingen kansen mis op een betere
aansluiting binnen de arbeidsmarkt.
·
Autonomie intern kan zorgen voor ‘persoonlijke
invulling’ van de gemaakte afspraken.
·
Competenties op het gebied van
beroepsvaardigheden staan onder druk door tekort aan vakgericht personeel.
·
Management is niet eenduidig over de
verwachtingen in de toekomst op het gebied van scholing en functioneren.
|
Bedreigingen extern:
·
Financiering van leerlingen staan onder druk
door wijzigingen vanuit OCW. De helft vanuit het ministerie en de andere
helft moet vanuit het samenwerkingsverband zorgt voor veel onduidelijkheid.
·
Gezien de huidige ontwikkelingen binnen
‘passend-onderwijs’ bestaat er een kans dat het praktijkonderwijs samensmelt
met andere typen voortgezet onderwijs.
·
Vanuit OCW zijn praktijkschool leerlingen
vroegtijdige schoolverlaters (VSV) omdat zij de startkwalificatie niet kunnen
behalen en daarmee de kansen voor de leerlingen op de arbeidsmarkt verkleinen.
·
Maatschappelijke druk vergt dat leerlingen
meer moeten kunnen dan wat wij (onderwijs) mogelijk achten.
|
|
Kansen intern:
·
Lerende houding van het team en de wens om te
blijven veranderen in de toekomst.
·
Meer elektronische hulpmiddelen binnen en
buiten de school (denk aan I-pad, etc. ) beschikbaar.
·
ICT moet op een hoger plan worden getild voor
leerlingen zodat ze beter overweg kunnen met computers binnen hun vakgebied.
·
Upgrade op het gebied van coaching tussen
mentor en leerling door interne scholing en ervaringen.
·
Collegiale coaching en lesbezoeken voor
professionalisering binnen het team.
·
Gebruik maken van elkaars netwerk geeft een
versterking van de visie en de missie.
|
Kansen extern:
·
Aansluiting van praktijkonderwijs op
vervolgonderwijs in de regio door intensivering van de samenwerking.
·
Door landelijke wetgeving worden
praktijkschool leerlingen interessant voor het bedrijfsleven. Door MVO worden
leerlingen uit het doelgroepregister aantrekkelijk voor bedrijven.
·
In samenwerking met OCW moet er een startkwalificatie
komen voor leerlingen uit het praktijkonderwijs.
·
Gebruik maken van de faciliteiten binnen de
bedrijven uit de regio. Denk aan trainingscentra, buitenschoolse projecten
i.s.m. gemeentes en arbeidscenra voor sociaal werk.
·
Door verbreding van werknemersvaardigheden
zijn er meer kansen op banen voor praktijkschool leerlingen.
|
|
Zwaktes intern:
·
Trage verloop van een innovatie door
tijdsgebrek.
·
Door verandering van interne werkstructuur is
er veel gewenning nodig onder collega’s wat het tijdsgebrek nog verder onder
druk zet.
·
Multi-inzetbaarheid van collega’s door te
eenzijdige opleiding en gebrek aan ervaring.
·
Kwetsbaar evenwicht door de demografische
terugloop van het aantal leerlingen.
·
Vergrijzing binnen het team zorgt voor het
verlies van ervaring en kennis.
·
Te weinig borging van innovaties door
veranderingen in roosters en personele bezettingen.
·
Maatwerk geeft veel onrust.
|
Zwaktes extern:
·
Te weinig participatie vanuit ROC’s om mee te
werken aan vervolgtrajecten voor praktijkschool leerlingen.
·
Praktijkschool is in de regio niet genoeg
bekend bij het bedrijfsleven en onbekend maakt onbemind.
·
Waarde van een praktijkschoolcertificaat voor
ondernemers en leerlingen ?
·
Wetgeving
zorgt voor veel onrust onder ouders en verzorgers, de participatiewet
is afhankelijk van de gemeente waarin je woonachtig bent.
·
Monitoren van leerlingen als zij eenmaal de
praktijkschool hebben verlaten (wettelijke verplichting van het
praktijkonderwijs).
|
Toelichting:
Het is prettig om te horen dat het M.T. van de Singel vertrouwen
heeft in de wijze waarop het team functioneert en naar de toekomst gericht aan
de slag gaat. De innovaties gaan echter langzaam (traag) door het tijdsgebrek
van collega’s tijdens de periodieke bijeenkomsten. Als team willen we graag
onszelf ontwikkelen op het gebied van coaching en nieuwe werkvormen met
leerlingen in groepen. De uitwerking en de implementatie van deze innovaties
staan onder tijdsdruk. Het M.T. zal innovatief leiderschap moeten tonen om de
ontwikkelingen succesvol tot stand te krijgen in de toekomst. De motivatie om
te innoveren is bij praktisch alle medewerkers aanwezig. Een route hoe we alle
innovaties gaan uitlijnen is nog niet aanwezig maar daar zijn wel aanbevelingen
voor gedaan.
Om innovaties goed tot stand te krijgen is er tijd nodig om
te verkennen, uit te proberen en te testen (Rogers, 2003). De Singel zal tijd
moeten reserveren in het jaarrooster om de collega’s ruimte te geven voor de
uitwerking van de innovaties. Op het gebied van bevoegdheden binnen de
praktijkschool ontstaat er wel een ernstig zorgpunt in de toekomst. Door het
verloop (vergrijzing) gaan er collega’s met pensioen en worden niet meer
vervangen voor vakmensen uit een bepaalde beroepsrichting. Omdat alle locaties
krimpen binnen het Hooghuis dient er geschoven te worden met de personele
bezetting van de locaties. Het is nobel dat er inspanningsverplichtingen zijn
voor collega’s maar daar is het onderwijs op de Singel niet altijd in het
voordeel mee door het tekort aan bekwaam vakpersoneel.
De familiecultuur die er heerst op de Singel zorgt voor een
prettige werksfeer en iedereen is laagdrempelig in de benadering tot elkaar.
Binnen een relatief klein team (35 personen) dient er veel samengewerkt te
worden om de lessen goed op elkaar te laten aansluiten. Er is veel onderling
overleg en bereidheid onder collega’s om nieuwe ideeën tot uitvoer te
brengen. Door meer individueel maatwerk
voor de leerlingen creëren we ook een organisatorisch probleem door de
verscheidenheid van daginvulling als gevolg van persoonlijke behoeften en
wensen van de leerling.
Op het gebied van bedreigingen hebben we allemaal een tweeledig gevoel: een
deel wordt door de overheid bepaalt voor het praktijkonderwijs (topdown) en het
andere gedeelte zegt ons dat we graag vooruit willen met de vernieuwingen en
dat voelt tegenstrijdig. In vele opzichten (financieel bijv.) zijn we sterk
afhankelijk van onze externe partners en dat schept veel onrust voor het
management van de Singel. Het is dan ook moeilijk om in de toekomst te kijken
als het gaat om nieuwe ontwikkelingen. Gelukkig hebben we als team daar wel
zelf genoeg ideeën over echter de realiteit doet ons beseffen dat we met dit
type onderwijs wel in een gevarenzone zitten.
Mijn rol binnen de organisatie is op dit moment de
begeleiding van de zes werkgroepen om de innovaties per vakgebied te bewaken.
In goed overleg met de directie bepalen we de koers van de huidige
ontwikkelingen door er een tijdspad op te zetten en na te denken over de
integratie van vakken binnen de praktijkschool. Deze rol zal in de komende tijd
voortgezet worden door mij omdat de oorsprong van innovaties binnen deze
werkgroepen moet plaatsvinden en de noodzaak voor verandering voelen we
allemaal binnen de praktijkschool. Kort samengevat werken we hard door aan
nieuwe ontwikkelingen en is de directie erg waakzaam op geluiden vanuit de
overheid. De beschreven bedreigingen ziet de meerderheid van het M.T. als een
tijdelijke hobbel in de weg.
Literatuur: Rogers, E.
(2003), Diffusion of Innovations. (5e
ed.), N.Y., Free Press
Geen opmerkingen:
Een reactie posten