Pagina's

zondag 29 januari 2017

Maatschappelijke trends in het Onderwijs.

Maatschappelijke onrust en de invloeden op het onderwijs in Nederland.
Afgelopen week heb ik met collega’s kunnen spreken tijdens een studiemiddag over de gevolgen van maatschappelijke onrust binnen de huidige en toekomstige maatschappij. Je zou grofweg een tweedeling kunnen maken binnen het personeelsbestand als het gaat over onrust in de maatschappij. De ene helft gelooft niet dat de maatschappelijke onrust een grote invloed heeft op het onderwijs. De andere helft gelooft daar wel in en is van mening dat we nu al te maken hebben met invloeden vanuit een onrustige wereld om ons heen. Slechts twee personen van de 35 hadden geen idee of een mening omtrent dit onderwerp.
De opzet was om een top vijf lijst te maken met maatschappelijke invloeden op het onderwijs. Hieronder volgt een opsomming van de meningen.

Maatschappelijke invloed op het onderwijs
1
Gevoel van onveiligheid op internet en verharding van meningsuitingen.
2
Wie kan je vertrouwen, politiek/banken/politie/overheid etc ?
3
Minder langdurige relaties (trouwen) door maatschappelijke ontwikkelingen
4
Flex contracten geven werknemers minder zekerheid
5
Radicalisering van jongeren

Deze top vijf is door mijn collega’s samen gesteld en zien zij als grootste invloeden op de maatschappij en daarmee ook op het onderwijs. Binnen onze praktijkschool krijgen wij vaak te maken met ouders die geen hoger onderwijs hebben genoten. Veel ouders en verzorgers komen zelf uit achterstand gezinnen en hebben tijdens hun jeugd weinig stimulans gekregen op sociaal-emotioneel gebied. In de lijn van traditie starten zij al vroeg relaties en zijn vaak al snel uit huis vanwege geldproblemen en andere zorgen. In 2015 hebben we in een jaar tijd  zes tienerzwangerschappen geconstateerd waarbij kinderen ( onder 18 jaar !) zelf voor de verantwoording van het ouderschap komen te staan.
Vanwege hun lage intelligentie ( I.Q. tussen 60 en 80) zien we zeer regelmatig problemen tussen leerlingen door het communicatieverkeer via facebook of what’s-App. Het is voor onze leerlingen moeilijk te beredeneren wat een andere leerling bedoeld met zijn teksten en vaak worden deze communicatieplatforms misbruikt om andere leerlingen te pesten of zelfs te chanteren/bedreigen. Hierdoor ontstaat er een gevoel van onveiligheid op het internet bij leerlingen en ouders spelen daar niet altijd een positieve rol in. Onder jongeren heerst er een gevoel dat je wel op internet behoort te communiceren met anderen maar de manier waarop we met elkaar communiceren raakt steeds vaker vertroebeld en extremer (Boutellier, 2002).
Als onderwijsprofessionals hebben wij de behoefte om adequaat te handelen in dit soort situaties. De driehoeksverhouding tussen school, leerling en ouders moet in de toekomst een belangrijkere rol gaan spelen omdat we elkaar steeds harder nodig hebben voor een effectieve samenwerking. De school kan het kind niet alleen opvoeden, daar hebben we de ouders hard bij nodig en andersom. Hoofdvraag is of alle communicatiemogelijkheden de communicatie onderling wel verbeteren ?


De scenario’s van Quest 1 volgens Peter van Dijk
Inleiding:
In dit LA4 hebben we een college mogen volgen van Anje Ros, lector bij Fontys. In dit college werden de maatschappelijke trends binnen het onderwijs besproken. Mijn keuze viel voor het onderwerp ontkerkelijking, vervaging van waarden en normen. Dit onderwerp past geheel in het plaatje van de zorgen binnen onze school over leerlingen onderling als het gaat over maatschappelijke invloeden. Wat zijn de waarden en normen voor onze jeugd en hoe kunnen we deze invloeden op een positieve wijze benaderen om juist de afstand tot elkaar te verkorten. De social media heeft een grote rol binnen de sociale omgangsvormen van kinderen naar elkaar en kinderen naar volwassenen.
Waarom vinden we waarden en normen zo belangrijk ?
Als persoon wil je met respect behandeld worden door anderen en dat betekent dat er spelregels moeten zijn over de manier waarop je met elkaar omgaat. Dit is een van de grote pijlers waarop onderwijs gebaseerd is. Helaas constateren we dat er in de wereld om ons heen dit respectvol gedrag niet door iedereen gehandhaafd wordt (SCP, 2015). Om een samenleving te krijgen waarin iedereen elkaar kan respecteren moeten we samen met ouders en kinderen een plan opstellen binnen de school over de manier waarop met elkaar omgaan. Verder is de technologische ontwikkeling zover gevorderd dat we overal ter wereld binnen no-time live verslag krijgen van allerlei gebeurtenissen en hoe kan je als mens daar zelf de objectiviteit uit filteren ? Op veel vragen hebben we nog geen antwoord maar het is tijd dat we daar nog actiever mee aan de slag gaan binnen het onderwijs.
Invloed van de vervaging van waarden en normen.
De school is een openbare ontmoetingsplaats voor jongeren en ouders laten hun kinderen op school achter met de wetenschap dat hun kind in veilige handen is van de medewerkers (Boutellier, 2002). Als een leerling vanuit het “niets” een andere leerling met de vlakke hand in de nek slaat en vervolgens hard begint te lachen zorgt dit voor veel commotie onder leerlingen. De leerling die geslagen heeft krijgt onmiddellijk straf en een schorsing aan zijn broek waarna ouders op school mogen komen om het verhaal nog eens nader uit te leggen. De jongen zegt dat dit ‘normaal’ gedrag is buiten de school en dat hij dit ook vaak op internet (you-tube) ziet gebeuren. Ouders zijn geschokt, de school heeft zijn standpunt uitgelegd en zal met maatregelen komen naar de leerling. De volgende herhaalt zich ditzelfde incident wel zes keer op school met andere leerlingen, zij hebben het ook op You-tube gezien.
Wanneer leerlingen dit gedrag als ‘normaal’ gaan beschouwen hebben we in de maatschappij een groot probleem. Het is aan school de taak (en ouders) om in te grijpen en te handelen zodat dit gedrag niet acceptabel gevonden kan worden door jongeren. We kennen allemaal wel dit soort voorbeelden uit de praktijk, we moeten als onderwijsverzorgers wel iedere dag opnieuw de grenzen aan blijven geven om geen grensvervaging te krijgen. In dit geval is het samen met ouders duidelijk maken wat wij als normen en waarden beschouwen en dat vergt een goede samenwerking onderling (WRR, 2003). Naast samenwerking met ouders zou er vanuit het ministerie van OCW een handleiding moeten komen over respectvol gedrag en omgangsvormen (Bronneman, 2004). Trend binnen meerdere vormen van voortgezet onderwijs is dat onderwijs en ouders samen gedragsregels beschrijven en laten ondertekenen door leerlingen om elkaar te wijzen op gedragsregels en consequenties daarvan. Gelukkig horen we ook geluiden van ouders dat zij het erg belangrijk vinden dat kinderen goed met elkaar leren omgaan, er is bereidheid tot meedenken maar vaak weten zij niet de juiste weg te vinden binnen de school om tot actie te kunnen komen (Beer, 2004).
Conclusie:
Binnen het onderwijs hebben de professionals een belangrijke rol in het hanteren en handhaven van normen en waarden (Duyvendak en Hurenkamp, 2004). De wens vanuit ouders en school is een goede samenwerking om met een gezamenlijk offensief aan de slag te gaan (Van den Brink, 2004). Dit brengt een nieuwe uitdaging voor het onderwijs met zich mee die zeer interessant is om verder uit te werken en kan je beschouwen als een nieuwe trend. Daarbij zijn voor het scenariosjabloon de volgende drijvende krachten van belang:

1     1. Betrokkenheid ouders bij het vaststellen van normen en waarden.
2     2.  Verantwoording geven aan jongeren om hier mee om te gaan.

                                                                         

·             

Literatuurlijst:

Beer, P. de 2004. Individualisering zit tussen de oren. Amsterdam: van Gennep uitgeverij.
Boutellier, H. (2002). De veiligheidsutopie. Hedendaags onbehagen en verlangen  rondmisdaad en straf. Den Haag: Boom juridische uitgevers.
Bronneman, R. (2004). De Pedagogische opdracht van het Onderwijs. Aangrijpingspunten en beperkingen. WRR: verkenning 2. Amsterdam: University Press.
Brink, P. van den (2004). Pleidooi voor een beschavingsoffensief. WRR: verkenning 3. Amsterdam: University Press.
Dekker, P.J., de Hart & de Beer, P. (2004). De moraal in de publieke opinie. SCP onderzoeksrapport 2. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
Duyvendak, J.W. & Hurenkamp, M. (2004). Kiezen voor de kudde. Amsterdam: van Gennep uitgeverij.

WRR (2003). Waarden, normen en de last van het gedrag. Rapporten aan de regering 68. Den Haag/Amsterdam: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Amsterdam: University Press.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten